De pulskor

In 1992 is door het Technisch Bureau - Machinefabriek Verburg Holland BV gestart met de ontwikkeling van een vistuig voor platvis gebaseerd op het gebruik van elektrische stimuli. In 1997 heeft dit geleid tot een eerste prototype dat op zee kon worden uitgetest. De resultaten daarvan waren dermate bemoedigend dat het project in samenwerking met het ministerie van Landbouw Natuur en Visserij (LNV) en de visserijsector (Productschap Vis) is voortgezet. Dit heeft geresulteerd in een operationeel 12 m vistuig dat vanaf de zomer van 2004 op een bedrijfsvaartuig is uitgetest.

Het project is begeleid door een scala van onderzoekingen gericht op technische verbeteringen van het tuig en de gevolgen van een eventuele implementatie van het vistuig voor het ecosysteem en de visserij. Voorliggend rapport geeft van dit onderzoek een overzicht met als doel inzicht te geven of de pulskor een duurzaam alternatief biedt ten opzichte van de boomkor met wekkerkettingen. In het rapport komen aan de orde:

  1. De technische specificaties van het vistuig,
  2. De ecologische gevolgen van het tuig op de beviste soorten, waaronder de vangst van ondermaatse vis en bodemfauna
  3. De economische haalbaarheid (kosteneffectiviteit) van het tuig.

Tong en schol zijn de belangrijkste soorten voor de boomkorvisserij. Uit vergelijkend onderzoek met het onderzoeksvaartuig “Tridens” is gebleken dat met het pulstuig 15% tot 20% meer marktwaardige tong (Solea solea) wordt gevangen dan met een wekkertuig. Met name voor de grotere sorteringen tong blijken de vangsten met de Pulskor significant beter. De vangsten van maatse schol (Pleuronectes platessa) met het pulstuig blijven daarentegen ca. 20% achter. Vergeleken met het wekkertuig wordt met de pulskor minder ondermaatse schol en tong gevangen, voor beide ongeveer 20%. Gezien de meervangst van grote tong blijkt de pulskor met name voor deze soort selectief. Tarbot (Scopthalmus maximus) en griet (S. rhombus) blijken eveneens goed met de pulskor te kunnen worden gevangen.

Over de overlevingskansen van discards zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar. Overlevingsproeven in bakken aan boord van de Tridens laten een betere overleving zien van ondermaatse schol en tong gevangen met de pulskor (een factor 1.5 hoger). Omgerekend naar de totale vangst lijken de overlevingskansen van discards echter nog steeds laag (<10%). De berekende sterfte wordt echter sterk bepaald door de aanname dat ook in het pulstuig gemiddeld 70% van de vissen kansloos zou zijn om te overleven. Gezien de betere kwaliteit van vis zoals die wordt aangeland en de significante vermindering van huidbeschadigingen zoals geconstateerd bij ondermaatse vis, is deze aanname discutabel. In hoeverre sterfte door stress/voedselgebrek tijdens de overlevingstesten in deze uitkomsten een rol speelt is eveneens niet bekend. Simultane merkproeven van vis gevangen met de pulskor en wekkertuigen kunnen hierover uitsluitsel geven. Uit onderzoek naar stressparameters in het bloed is gebleken dat tong en schol geen extra nadelige invloed ondervinden van het gebruik van elektrische stimuli.

Bij gebruik van de pulskor wordt de bijvangst van ongewervelde bodemdieren gereduceerd met 25% tot 50%. De bijvangst van infauna en ingegraven schelpdieren neemt af met respectievelijk 70% en 80%. Zoals verwacht is de penetratie van de pulskor in de bodem aanzienlijk minder dan van het wekkertuig. Van de bodemdieren die nog wel worden gevangen blijkt de directe sterfte zoals gemeten aan boord bij de pulskor lager. Onderzoek dat is uitgevoerd in vissporen leidt tot hetzelfde resultaat. Experimenten in aquaria leveren geen aanwijzingen dat bodemdieren, ook bij herhaalde blootstelling aan de pulsen, daarvan op de korte of langere termijn hinder ondervinden.

Kennislacunes zijn er ten aanzien van de invloed op kraakbeenvissen. Deze vissen beschikken over zintuigen waarmee elektrische velden kunnen worden waargenomen en dat gebruiken bij het vinden van prooien. Daarnaast blijkt bij gebruik van de pulskor de ruggengraat van kabeljauw (Gadus Morhua) soms beschadigt (breekt). Aangezien de overlevingskansen van opgeviste kabeljauw toch al nihil zijn, is dit vooral van belang in relatie tot de daarmee afgenomen marktwaarde. Voor ondermaatse kabeljauw die door de mazen van het net ontsnapt ligt hier wel een aandachtspunt.

Het onderzoek met het bedrijfsvaartuig, de 2000 pk boomkorkotter UK153, was ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet afgerond. De resultaten tot nu toe zien er echter veelbelovend uit. De vangsten van met name schol blijven wel achter bij die van traditioneeel vissende schepen met wekkerkettingen. Daar tegenover staat een sterke reductie van het brandstofverbruik (tot 45%) en wat hogere prijzen als gevolg van de verbeterde kwaliteit van de aangevoerde vis. In het verlengde van de stijgende brandstofprijzen is de belangstelling voor de pulsvisserij vanuit de sector gegroeid. Ook aan de gewenste vermindering van de uitstoot van CO2 kan de pulskor een aanzienlijke bijdrage leveren. De verminderde slijtage van het netwerk en kettingen vormen een ander direct voordeel voor de visser. Gegeven de reductie in benodigde trekkracht en daarmee in het benodigde motorvermogen, kan bij nieuwbouw met het plaatsen van een minder krachtige voorstuwingsmotor een deel van de

investeringskosten voor de pulskor waarschijnlijk worden terugverdiend. In de onderhoudsdskosten en afschrijving van het pulssysteem is nog geen goed inzicht. De nog uit te voeren analyse van het bedrijfsresultaat uit de praktijkproef zal hierover uitsluitsel moeten geven.

De bevindingen tot nu toe duiden er op dat met de pulskor lonende bedrijfsvoering mogelijk is. Tevens is er sprake van een vermindering van negatieve effecten op het bodemleven en minder discards van met name schol. Een kanttekening die hierbij moet worden gemaakt, is dat de pulskor voor sommige visgebieden minder geschikt is. Bij de verdere ontwikkeling van dit vistuig zal aan dit punt aandacht moeten worden besteed. Daarnaast zullen vissers met een relatief groot tongquotum eerder in staat zijn economische rendabel te vissen dan vissers die zich toeleggen op schol.

Voor de verdere ontwikkeling van de pulsvistechniek wordt gedacht aan een vistuig voor platvis voor kotters tot 300 PK (eurokotters) en voor de garnalenvisserij. Met name voor de garnalenvisserij lijkt het mogelijk een selectief vistuig te ontwikkelen waarmee discards van met name kleine platvis kan worden geminimaliseerd.